Posts tonen met het label Hoeksche Waard. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hoeksche Waard. Alle posts tonen

woensdag 7 oktober 2015

Kunstwerken bij de Historische Vereniging


 

Bij kunstwerken in de buitenruimte denk je niet in de eerste plaats aan Oud-Beijerland. Maar de mensen bij de Historische Vereniging denken daar sinds kort anders over. Bij een inventarisatie van beeldende kunst in het Spuidorp voor het archief ontdekten zij dat er veel meer kunstwerken zijn, dan je op het eerste gezicht denkt. Ook bleken er veel vormen van kunst in de binnenruimte, die normaal niet zichtbaar zijn. Zoals glas in lood ramen in scholen.

Al deze kunstuitingen zijn op beeld vastgelegd en hiervan is een film gemaakt die op donderdag 8 oktober 2015  vanaf 14.00 uur zal worden vertoond in de bibliotheek aan de Steenenstraat 24. In een doorlopende voorstelling tot 16.00 uur. 

Het Historisch Informatie Punt van de Historische Vereniging Oud-Beijerland in de bibliotheek is dan ook weer open. Een ieder die geïnteresseerd is in de rijke historie van het Spuidorp kan archiefstukken inzien en vragen stellen aan de aanwezige leden van de vereniging.

Deze maand is in de vitrine bij de ingang van de bibliotheek aandacht voor het feit dat het 100 jaar geleden is dat de bekende Oud-Beijerlandse huisarts Dr. J. F. Ph. Hers op 28 september 1915 is overleden. In de vitrine liggen niet eerder tentoongestelde documenten. In 2002 heeft de gemeente deze arts geëerd met een straatnaam “dokter Herskade” in de wijk Even Buiten.

Wie een wandeling wil maken langs monumenten en beeldbepalende panden in het Spuidorp, kan nu een geheel vernieuwde wandeling vinden op de website van de vereniging op www.hvobl.nl

Wie buiten deze openingsuren informatie wil kan bellen met 0186 614240.

Pieter Jan in ‘t Veld

dinsdag 12 augustus 2014

’s-Gravendeel in de eerste Wereldoorlog 1914 - 1918


Nederland was neutraal, maar de wereld stond in brand. Vier jaar lang oorlog, miljoenen doden, onvermogen en ontzetting. De eerste wereldoorlog heeft in heel Europa wonden geslagen. In ’s-Gravendeel  kwam de gewone bevolking ten gevolge van de oorlog in aanraking met vluchtelingen, mobilisatie en schaarste.
De Nederlandse strijdkrachten waren in de hoogste staat van paraatheid en de grenzen werden door de troepen scherp bewaakt. Onder de soldaten uit die jaren waren ook inwoners uit 's-Gravendeel en de aangrenzende buurtschappen; Schenkeldijk, Mookhoek en De Wacht.
Toch ging het dagelijks leven in 's-Gravendeel gewoon door. In deze periode werden in het dorp de eerste waterleidingen aangelegd. De woningcorporatie kwam van de grond en de gasfabriek werd opgericht. De vluchtelingen uit België vonden werk in de vlasindustrie.
Will van Velsen (erelid van de Historische Vereniging ’s-Gravendeel) doorzocht meters archiefmateriaal en vond een grote hoeveelheid krantenberichten en oude foto’s. Genoeg om te laten zien wat de gevolgen waren voor de Seuters in de Hoeksche Waard. Op 25 september vertelt zij hierover in de bibliotheek een boeiend verhaal.
Het is nu honderd jaar geleden en om deze ingrijpende periode en de lokale impact te herdenken heeft de Bibliotheek Hoeksche Waard de eerste wereldoorlog via historische beelden op de multitouch tafel in de bibliotheek in ’s-Gravendeel inzichtelijk gemaakt. Voor iedereen te zien vanaf 1 oktober.

Geertje Wiersma

maandag 28 oktober 2013

Oude Oorkonden


Strijen - De heilige Gerdrudis was een voormoeder van Karel de Grote. Maar wat leuker is: zij was ook Gravin van Strijen. In het jaar 659 overleed zij en al snel na haar dood werd haar leven beschreven en rondom haar zijn tal van wonderen opgetekend.
Na Gertrudis’ dood kwam haar land in handen van een nicht en vandaar liep de lijn via een reeks nakomelingen door naar Sinte Hilsondis in de 10e eeuw. Deze adelijke dame werd ook wel Hereswijt, Hereswind of Hilsuïndis genoemd. In 992 stichtte zij, samen met haar man Ansfried, de abdij van Thorn in Limburg. Uiteindelijk vermaakte zij al haar bezittingen in West-Brabant aan de abdij in Thorn.
Deze bezittingen omvatten de latere heerlijkheden Breda en Bergen op Zoom, Strijen in de Hoekse Waard, Zevenbergen, Steenbergen, Geertruidenberg en enkele plaatsen in de provincie Antwerpen zoals Oostmalle, Merksem vlakbij Antwerpen en Ekeren.
Nadien vererfde het land weer en het werd verdeeld in een noordelijk deel dat de naam Land van Strijen kreeg. Het zuidelijk deel omvatte Breda en Bergen op Zoom. Uiteindelijk liep de lijn door naar de Heren van Breda, verre voorouders van onze eigen Prinses Beatrix.
Zo stamden de Heren van Breda uit een ongelooflijk oud geslacht. Dat was belangrijk voor de Heren van Breda - hoe ouder het geslacht, hoe machtiger de dynastie.
Een aansprekend verhaal over de geschiedenis van Strijen. Maar hoe weten we dat eigenlijk allemaal? De bron van dit verhaal komt uit drie oorkonden uit de jaren 966, 967 en 992. De originelen van deze oorkonden heeft geen mens ooit gezien. Wij kennen het verhaal door afschriften uit de vroeg 17e eeuw.
Maar al rond 1800 waren er geleerden die twijfelden aan de echtheid van deze afschriften. De eerste stadsarchivaris van Breda, mr. A.G. Kleyn, schreef in 1861 een boek over de oudste geschiedenis van het Land en de Heren van Breda waarin hij dit verhaal over het Graafschap Strijen ontkracht. Zijn conclusie: de oorkonden zijn vals en dit verhaal over de vroegste geschiedenis van Strijen is niet te bewijzen.

Geertje Wiersma

Wie hierover meer wil lezen kan terecht in A.C.,M. Kappelhof, 'Het ontstaan van de Strijenlegende', in Jaarboek De Oranjeboom 61 (2008), ook gepubliceerd in TijdING, het webtijdschrift van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (2010)
http://www.inghist.nl/Onderzoek/tijding/bijdragen/strijelegende/Het%20ontstaan%20van%20de%20Strijenlegende.pdf


zaterdag 17 augustus 2013

De smaak van vroeger




Van oudsher staat augustus bekend als oogstmaand. Vroeger werkten hele gezinnen in deze zomermaand op het land, om alle producten op tijd binnen te halen. En er werd alweer gezaaid om na de herfst te kunnen oogsten. Zo dicteerde de natuur ons dagelijks leven.
In de Hoeksche Waard was de ambachtsheerlijkheid Cromstrijen, een 500 jaar oud landbouwbedrijf dat na de oorlog uitgroeide tot en van de modernste en grootste landbouwbedrijven van Nederland, een grote leverancier van landbouwproducten. Hier werden ook boomgaarden, weilanden, bies-, riet- en griendlanden geëxploiteerd. Jaarlijks werd een intensief zaaiplan uitgevoerd, waarvan suikerbieten en aardappelen de hoofdmoot vormden. Daarnaast voorzag het zaaiplan in Cromstrijen in de teelt van rogge, haver, tarwe en koolzaad. In de ambachtsheerlijkheid werkten in het interbellum, en ook in de jaren direct na de oorlog, circa tweehonderd mensen. Elk personeelslid kreeg - bij wijze van secundaire arbeidsvoorwaarde - de beschikking over een perceel tuinbouwgrond, om zelf groenten voor eigen consumptie te verbouwen.
Aardappelen, andijvie, bloemkool, boontjes en later in het jaar rapen en knollen en tal van andere groenten konden worden geoogst en verschenen op het menu. Met eindeloos geduld en ijver wisten huisvrouwen van de verse groenten uit eigen tuin heerlijke gerechten op tafel te toveren.
Wij zouden nu beslist spreken van Slow Food. Het was normaal om vlees uren op een petroleumstel te laten pruttelen. Of bijvoorbeeld met zijn allen rond de tafel tuinbonen te doppen.
Balkenbrij,  drie in de pan,  hete bliksem,  jan in de zak, blote billetjes in het gras, kandeel en slemp; ouderwetse maaltijden waarvan we de namen nog wel kennen. Maar of ze nog wel eens worden opgediend? 
De Hoeksche Waard kende eigen traditionele recepten, zoals Pastinaak met peren, Draadjesvlees met juinen en  peperkoek en St. Jacobszalm uit de Oude Maas. Stuk voor stuk gerechten die ook in onze tijd nog heerlijk smaken! 

Geertje Wiersma

vrijdag 12 juli 2013

Smeken om genade



Vrouwen en geschiedenis - beroemde, beruchte, vergeten vrouwen, vorstinnen, regentessen, landvoogdessen. We kennen hun namen, maar ze blijven meestal in de marge van de echte grote mannengeschiedenis. Toch hebben zij altijd een verhaal, vaak boeiend en aangrijpend. Zoals onze eigen Sabina van Beijeren.

Volgens de kronieken werd Oud-Beijerland in 1559 gesticht door graaf Lamoraal van Egmont. Hij vernoemde het dorp naar zijn vrouw Sabina van Beijeren. In de Nederlanden gold Sabina als een van de meest vooraanstaande vrouwen van het land. Sabina speelde samen met Anna van Saksen, de echtgenote van Willem van Oranje, een belangrijke rol in het hofleven van Margaretha van Parma. Men zegt dat er een grote rivaliteit tussen de twee dames bestond en dat zij elkaar de voorrang weigerden en zich steeds gelijktijdig door deuropeningen wrongen.
Aan het luxe leven van Sabina van Beieren kwam een eind toen Lamoraal van Egmont in 1567 werd gearresteerd door de hertog van Alva op beschuldiging van hoogverraad. Direct na de arrestatie begon Sabina haar ruime internationale netwerk aan te spreken om hem vrij te krijgen: de ridders van de Orde van het Gulden Vlies – waartoe Lamoraal behoorde –, familieleden in de Duitse landen, zoals haar broer Frederik III en haar Wittelsbacher verwanten in Beieren, keizer Maximiliaan II, koningin Elisabeth van Engeland en zelfs de paus.
Hoewel er in brede kring sympathie bestond voor Lamoraal en men zijn lot betreurde slaagde men er niet in zijn leven te redden. Op 5 juni 1568 werd hij op de Grote Markt van Brussel onthoofd. Zo werd hij aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog een van de eerste martelaren in de strijd tegen de Spanjaarden.

De onthoofding van Lamoraal van Egmont had grote gevolgen voor de naamgeefster van Oud-Beijerland. Al direct werden al haar goederen geconfisqueerd. Sabina moest haar paleis in Brussel verlaten. Berooid trok ze zich met haar 11 kinderen terug in het klooster Ter Kamere in de buurt van Brussel. In de literatuur over de Tachtigjarige Oorlog staat Sabina van Beijeren symbool voor de vernedering van de Nederlandse edelen door de hertog van Alva. Haar hoogadellijke afkomst stak pijnlijk af tegen de ontberingen en armoede, die ze na de onthoofding van haar man moest lijden.


Geertje Wiersma

woensdag 20 maart 2013

Anna Hers, bevlogen bibliothecaresse in Oud-Beijerland


In 1910 werd in Oud-Beijerland de eerste leeszaal geopend als onderdeel van de vereniging “Ons Huis” aan de Kerkstraat 15, het huis met de trapgevel is nog duidelijk herkenbaar. De oprichtster en eerste directeur- bibliothecaresse  van deze leeszaal was Anna Hers, op 29 juni 1885 in Oud-Beijerland geboren dochter van de huisarts Dr. J.F. Ph. Hers.

Bibliothecaresse en schrijfster
Anna Hers wijdde zich met hart en ziel aan het stimuleren van het lezen door de jeugd van Oud-Beijerland. Kinderen kwamen thuis niet in aanraking met het lezen van boeken, want vaak moest er na schooltijd  worden meegeholpen op het land en tijdens de oogsttijd moesten zij veel verzuimen om een bijdragen te leveren aan het gezinsinkomen. Ook kwam analfabetisme bij veel  de ouders voor, zodat boeken in die gezinnen ook niet aanwezig waren.
Maar het prachtige initiatief van Anna Hers werd door de overheid niet gewaardeerd. De rijksoverheid weigerde om ook maar een cent subsidie te verlenen en ook de gemeente Oud-Beijerland hield de hand op de knip. Het kleine salaris dat Anna Hers ontving kwam van
Antoinette Clara de Jongh- van Weel, die ook het pand Kerkstraat 15 aan de vereniging schonk. Pas in 1919 kreeg de leeszaal financiële ondersteuning. In 1970 ging de leeszaal op in een officiële bibliotheek, die we nu kennen als de Openbare bibliotheek.

Wie was deze bevlogen eerste Bibliothecaresse? Sommige ouderen zullen haar misschien nog kennen als de schrijfster van kinderboeken. In 1906 werden er al gedichten van haar geplaatst in het tijdschrift de hollandsche lelie. In 1910 maakte zij haar debuut met haar roman Josua Brunsveld. Net voor de eerste wereldoorlog. In 1913 verscheen haar boek de familie Welmoed. Haar meest bekende boek was het in 1928 verschenen beugeljong, dat werd bekroond bij een prijsvraag van de uitgeverij Holkema en Warrendorff. In datzelfde jaar verscheen bij Hollandia drukkerij haar boek Martha`s grootste levensles, opgedragen aan Riet één van de meisjes van haar kinderclubs. In 1930 verhuisde zij naar Rotterdam. Waar zij haar activiteit als jeugdwerker voortzette. Ook was zij patrones bij het Nederlands Genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen. Totaal schreef Anna Hers 20 boeken. Ook voor opkomende schrijfsters was zij een hulp. Anna Hers begeleidde de later bekende schrijfster Lenie Saris met haar eerste boek “Licia zet door”.

Pieter Jan in `t Veld, Voorzitter Historische vereniging Oud-Beijerland

woensdag 5 december 2012

Ons landschap opent luiken


Het ontstaan van ons landschap
De Bibliotheek gaat over Literatuur en Cultuur. Het levert verhalen, verbeelding en inspiratie op. Dat is ook een van de grote verdiensten van geschiedenis in de bibliotheek: het inspireert, prikkelt je verbeelding en laat je met nieuwe ogen kijken naar je omgeving. Een oude omgeving met een eigen verhaal, dat het waard is om gekend te worden.
Historie in de Bibliotheek (HIB) heet het officieel. Een gesubsidieerd programma met duidelijk geformuleerde doelen, evaluatie momenten en andere officiële toeters en bellen. Doel is de inwoners beter toegang te verschaffen tot lokaal historische informatie. De bibliotheek kan zich hiermee profileren als kenniscentrum op het erfgoedterrein - en als vanzelfsprekende partner in het culturele veld. Bovendien trekt geschiedenis in de bibliotheek een nieuw en breed publiek.
De afgelopen vier jaar heeft de Bibliotheek Hoeksche Waard hard gewerkt aan historisch cultureel erfgoed: contacten gelegd  met historische verenigingen, de streekmusea in Strijen en Heinenoord en het regionaal archief in Dordrecht. Talloze inspirerende lezingen, tentoonstellingen en filmvertoningen zijn het resultaat. En dat is nog niet alles: in twee bibliotheekvestigingen is nu een bloeiende levendige historische vereniging actief als lokaal historische vraagbaak . In een andere vestiging biedt de bibliotheek onderdak aan de stichting archeologie Hoeksche Waard in de vorm van een semi permanente tentoonstelling.
Ook in de collectie, nog altijd de corebusiness van de bibliotheek, vind je de lokale geschiedenis terug. Inmiddels is een aardige verzameling Hoeksche Waardse boeken - voornamelijk over cultureel erfgoed! - bijeengebracht en via het depot beschikbaar voor de lokale bevolking. Een vijftal unieke dorpsfilms is gedigitaliseerd en een deel is inmiddels onder grote publieke belangstelling vertoond. Deze dvd’s worden in alle vestigingen opgenomen in de collectie.
Het mes snijdt van meer kanten. Dankzij geschiedenis in de bibliotheek is er nu een lokaal platform waarin thema’s op elkaar worden afgestemd: een lezing met een kleine tentoonstelling in de bibliotheek  moedigt bezoekers  aan om de grote tentoonstelling over hetzelfde onderwerp bij de historische vereniging of in het streekmuseum te bezoeken. Dus ook voor de lokale partners betekent dit: een nieuw breed publiek bereiken.
Hoe succesvol geschiedenis in de bibliotheek is bleek onlangs weer bij de lezing in Puttershoek over het ontstaan van de Hoeksche Waard. Er kwamen meer dan honderd bezoekers, de avond was totaal volgeboekt. Meer dan honderd mensen in de Hoeksche Waard verlieten hun huizen en kwamen naar deze avond over hun eigen geschiedenis. Meer dan honderd bezoekers, op zoek naar een verhaal, historische inspiratie en een nieuwe blik op hun eigen omgeving. Kijk, dat vind ik mooi! Zo opent geschiedenis in de bibliotheek luiken. Het verrijkt je wereld en smaakt naar meer.

Geertje Wiersma

maandag 29 oktober 2012

Oude beelden van het dorpsleven in de Hoeksche Waard

Buitenspelen, de kerk, de eerste auto’s, portretten van bewoners voor hun huizen, muziekkorpsen en schoolpleinen in de Hoeksche Waard. De Bibliotheek Hoeksche Waard gaat in bijna alle vestigingen filmbeelden uit de jaren vijftig en zestig vertonen.

Hoe weten wij hoe het er zestig jaar geleden in de Hoeksche Waard aan toe ging? Hoe kinderen zich na schooltijd vermaakten? Hoe een dag van een huisvrouw eruit zag? Het zijn juist die kleine dingen, de dagelijkse gang van zaken in de dorpen, die bepalend waren voor het leven van veel Hoeksche Waarders. Oude filmbeelden herinneren aan de spelletjes, de tradities, het dagelijks ritme en de modernisering van het eiland.

De belangrijkste bron voor de vertoonde beelden is een film die de zakenman J.W.L. Adolfs in de jaren vijftig en zestig maakte in de Hoeksche Waard. Erfgoed centrum DiEP te Dordrecht vond de beelden in het archief en monteerde ze tot vijf avondvullende films vol unieke dorpsbeelden. Deze filmavonden worden georganiseerd in samenwerking met lokale historische verenigingen, met erfgoedcentrum DiEP in Dordrecht en met het streekmuseum Hoeksche Waard in Heinenoord.

Een eerste filmavond in De Bibliotheek Hoeksche Waard in vestiging Mijnsheerenland trok meer dan zestig bezoekers. Een enorme opkomst voor een dorp met 6400 inwoners. Voor de meeste dorpelingen was het een feest van herkenning om alle bekende gezichten uit het verleden weer terug te zien. De reacties waren zeer enthousiast en veel bezoekers vroegen na afloop om een dvd om de film thuis nog eens rustig te bekijken.

Via het project HIB (Historie in de Bibliotheek) kreeg De Bibliotheek Hoeksche Waard geld van de provincie om vijf 8mm-films te digitaliseren en op dvd te zetten. Na vertoning komen de dvd’s in alle acht vestigingen in de uitleen. Een groot plezier voor veel dorpelingen en voor De Bibliotheek Hoeksche Waard een succes van onschatbare waarde.

Geertje Wiersma

donderdag 27 september 2012

Op zoek naar oude sportclubs



De historische vereniging in ’s Gravendeel besteedt deze maand aandacht aan de sportverenigingen in het dorp. Heel wat oude foto’s van allerhande sportevenementen zijn opgespoord en gedigitaliseerd. Voor de bewoners, die soms al generaties lang aan het dorp verbonden zijn, is het enorm leuk om voorouders, zichzelf, clubgenoten en vrienden van vroeger, weer eens op oude foto’s terug te zien.

Sport en lichaamsbeweging als vrijetijdsbesteding zijn in Nederland pas sinds het eind van de 19e eeuw onder brede lagen van de bevolking populair. Het werd gezien als iets dat het lichaam gezond hield, maar dat ook goed was voor de vorming van karakter en persoonlijkheid. Bij karaktervorming dacht men onder meer aan het tonen van vlijt, volharding en soberheid en het hanteren van goede omgangsvormen. Deze nieuwe zienswijze leidde tot de komst van georganiseerde sportbeoefening in clubs en bonden.

De oudste veldsportclub in Nederland is De Koninklijke UD Deventer (voluit Koninklijke Deventer Cricket en Football Club Utile Dulcii) van 13 oktober 1875. Vier jaar eerder was in Deventer al de eerste fietsclub van Nederland gestart onder de naam “Immer Weiter”. De Koninklijke HFC Haarlem van 15 september 1879 was de eerste club die speciaal als voetbalclub is opgericht.

In de Hoeksche Waard gebeurde alles een beetje later. Hier zagen de eerste sportverenigingen in de jaren twintig en dertig het licht. Zoals gymnastiekvereniging DOS (door Oefening Sterker) in 1922 in s‘Gravendeel, Voetbalclub De Goudswaardsche Boys in 1932 en in datzelfde jaar de Voetbalclub Nooit Gedacht op Tiengemeten. Een van de eerste sportclubs was gymnastiekvereniging Door Oefening Beter in Numansdorp, die begon te oefenen in 1908. Veel succes hadden S.S.S. (Sport Staalt Spieren) een voetbalclub in Klaaswaal en K.N.C. Numansdorp, beide opgericht in 1920.  In Strijen was voetbalclub Be Quick actief vanaf 1921. Deze club had ook een korfbaltak onder de naam O.N.A. (ontspanning na arbeid).

Deelname aan sport in clubverband en contact met anderen door je sport leidt tot sociale samenhang. Dat is belangrijk in deze tijd waarin sociale verbanden meer en meer uit elkaar lijken te vallen en veel mensen zich ontheemd voelen. Misschien staat daarom ook de geschiedenis van sport in clubverband de laatste jaren in de belangstelling. Bijzonder, omdat het daarbij juist om lokale geschiedenis gaat. Via internet is een databank te raadplegen met daarin veel info over de ontstaansgeschiedenis van lokale sportclubs. Kijk maar eens op http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/Sportverenigingen/gids/search

Geertje Wiersma

zondag 22 juli 2012

What is in a name?


What is in a name?
Hoe komt de Hoeksche Waard eigenlijk aan haar naam? Ik heb me dat vaak afgevraagd. Misschien van de Hoeksche en Kabeljauwsche twisten? Of misschien  omdat het eiland in een uithoek lag? Een simpele vraag. Waarop het antwoord simpel te vinden is. Google en wikipedia geven het antwoord met als belangrijkste bronvermelding:  Willem van der Ham, De Grote Waard, geschiedenis van een Hollands landschap (Rotterdam 2003).

Ik cıteer: De huidige Hoeksche Waard ontstond na 1421 toen de Sint Elisabethsvloed het gebied overstroomde en de waterlopen in het deltagebied drastisch veranderde. Daarvoor hoorde het oostelijk deel bij de Groote of Hollandsche Waard, en het westelijk deel bij het voormalige eiland Putten. Na deze overstroming waren alleen de polders Munnikenland en Sint Anthoniepolder en enkele dijken nog over. In de Sint Anthoniepolder staat nog een kerkje dat tussen 1300 en 1400 is gebouwd. De naam Hoeksche Waard is afgeleid van de ambachtsheerlijkheid Hoecke, het tegenwoordige Puttershoek.
De bedijking van de Hoeksche Waard vond in hoofdzaak plaats tussen 1538 en 1653. De Hoeksche Waard bestaat uit ongeveer zestig polders. Er is een vijftal ringpolders; de Sint Anthoniepolder (1357), de Munnikenpolder (1411), de Heinenoordse polder (1437), de polder Oud Korendijk (1439), en de polder Oud-Piershil (1524). Alle andere polders zijn op deze oude polders aangehaakt. De Eendrachtspolder uit 1653 was de laatste grote polder die werd bedijkt. In de eeuwen daarna werden alleen nog smalle stroken land bedijkt, voornamelijk langs het Haringvliet en het Hollands Diep. Bijna alle dijken zijn nog aanwezig in het landschap van de Hoeksche Waard.
Geertje Wıersma

donderdag 5 juli 2012


Het Ouwe Veer en de Kildijk
De historische vereniging in 's Gravendeel verzorgt iedere eerste zaterdag van de maand een nieuwe fotopresentatie met unieke oude foto's van het dorp op een groot scherm in de bibliotheek. Elke maand komt een ander thema aan de orde. Het eerste thema is het Ouwe Veer en de Kildijk.
De Kildijk is een van de oudere locaties in het dorp. Het Oude Veer en de Kildijk, zijn onderdeel van de polder het Landigje Bevershoek. En die polder is in de eerste helft van de 17e eeuw ingepolderd. Het dorp 's Gravendeel is al eerder – in de zestiende eeuw - ontstaan rond De Heul. Straatnamen als Kerkstraat, Voorstraat, Langestraat, Rijkestraat en Smidsweg waren in het begin van de 17e eeuw al bekend. De Kildijk en het Oude Veer kwamen daar in de loop van de zeventiende eeuw bij.
Het Oude Veer was vooral van belang omdat daar vroeger het Recht- en Raadhuis van 's Gravendeel stond en al het doorgaande verkeer naar Dordrecht passeerde. Ook waren er winkels gevestigd. Zo had Noorlander daar zijn winkel en ook Voorwinden had daar een pand. De afgelopen eeuw zijn veel foto’s gemaakt van de Kildijk en het Ouwe Veer. Gelukkig is een groot deel bewaard gebleven.

De data van de fotopresentaties zijn: Zaterdagmorgen 7 juli ( 's Gravendeel en het "Ouwe Veer" en de Kildijk). Zaterdagmorgen 4 augustus ('s Gravendeel en de brandweer), Zaterdag 1 september ('s Gravendeel en de Molendijk), Zaterdag 6 oktober ('s Gravendeel en sportverenigingen), Zaterdag 3 november ( 's Gravendeel en de Rijkestraat met haar bewoners), Zaterdag 1 december ('s Gravendeel en de winter). Op alle genoemde zaterdagen draait de foto-presentatie van 9.30h - 12.00h.

Geertje Wiersma

maandag 5 december 2011

Napoleon in de Hoeksche Waard


Een historische activiteit in de bibliotheek die boven aan mijn lijstje staat: een lezing, presentatie en tentoonstelling over Napoleon in de Hoeksche Waard.  In 1811 heeft de Franse keizer ons land bezocht en dat heeft op talloze plaatsen leuke en bizarre anekdotes opgeleverd. Zoals in Dordt, waar Napoleon geheel onverwacht op een onchristelijk uur zijn opwachting maakte. De Dordtse autoriteiten lagen waarschijnlijk nog op één oor toen het jacht van Napoleon op zaterdagochtend 5 oktober tussen zes en zeven uur arriveerde bij het Groothoofd. De Franse keizer stapte ter plekke over in een sloep en liet zich naar de Voorstraatshaven roeien. Daar ontmoette hij de in allerijl toegesnelde notabelen, die zich uitputten in verontschuldigingen. Het werd de Dordtenaren overigens niet al te zwaar aangerekend. De keizer zou hebben verklaard dat het zijn eigen schuld was dat hij "zulk een dwaas uur" had uitgekozen voor zijn bezoek. Misschien is de Keizer bij zijn bezoek aan Holland ook door de Hoeksche Waard is gereisd. Immers, sinds de middeleeuwen liep hier een belangrijke route van Holland naar de Zuidelijke Nederlanden en Frankrijk. Het traject liep over de Keizersdijk. Johan Willem Friso (verdronken bij Strijen Sas) volgde dit traject, net als Mozart, die over de Keizersdijk door de Hoeksche Waard reisde. En ook van Napoleon Bonaparte wordt vermeld dat hij ons eiland aandeed.  Beslist een aansprekend onderwerp dat de aandacht van een groot publiek verdient.
Geertje Wiersma