dinsdag 14 april 2015

Textiel en fournituren







Belangrijke ondernemers uit de Hoeksche Waard. We zetten ze graag in het zonnetje. Eén van hen was Simon Philip Goudsmit, de oprichter van de Bijenkorf. Hij werd op 9 november 1844 geboren te Oud-Beijerland en was tot 1870 in Rotterdam gevestigd als commissionair in effecten. Dat betekent dat hij actief was op de geldmarkt.

Zijn familie in Oud-Beijerland was bekend met de textielhandel. Daarom was voor hem de stap naar textiel en naaifournituren niet groot. In 1870 opende hij aan de Amsterdamse Nieuwendijk 132 een winkel in garen, lint en band die "Magazijn de Bijenkorf" heette. Het was een eenvoudige winkel met slechts vier man personeel en het gezin Goudsmit woonde boven de winkel. Geleidelijk aan werd het assortiment uitgebreid en de zaken gingen voorspoedig. Dit was de basis van het nu zo grote en bekende concern.

Goudsmit had een zwakke gezondheid en in 1889 overleed hij op 44-jarige leeftijd. Hij had drie dochters en een zoon – Alfred – die toen pas twee jaar was. Daarom namen zijn weduwe en een neef van de familie, Arthur Isaac, de zaak over. Toen Alfred oud genoeg was kwam hij in 1909 in de zaak. Het ging goed met de Bijenkorf en de winkel betrok in 1914 de nieuwbouw aan de Dam, het prachtige monumentale gebouw dat nog altijd het gezicht van het bedrijf vormt.

De familie Goudsmit stamde uit de kleine Joodse gemeenschap in Oud-Beijerland, die daar sinds de tweede helft van de 18e eeuw was gevestigd. Zijn vader was slager, winkelier en ook verkocht hij loten in de loterij en zijn graf is nog terug te vinden op de Joodse Begraafplaats in Oud-Beijerland. Deze gemeenschap is prachtig beschreven door publiciste Alie van den Berg uit Oud-Beijerland.

Simon Philip Goudsmit wordt altijd genoemd als oprichter van de Bijenkorf, maar feitelijk zette hij het bedrijf op samen met zijn compagnon Abraham Simon Polak. De Bijenkorf was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog een groot Joods familiebedrijf. De eigenaar en bedrijfsleider Goudsmit vluchtte per boot naar Engeland. Zevenhonderd zevenendertig personeelsleden werden vermoord. Na de oorlog werd het bedrijf weer opgebouwd door de teruggekeerde familie, die tot 1980 aan de Bijenkorf verbonden bleef.

Geertje Wiersma

donderdag 29 januari 2015

Gevallen slagboom


 
Een lokaal voorbeeld van emancipatie en opwaartse sociale mobiliteit: Suze Groeneweg.  De eerste vrouw die lid werd van de Tweede Kamer, geboren in Strijensas als dochter van winkelier Arie Groeneweg en moeder Emmigje de Ruiter. Haar moeder leerde zichzelf (sic!) pas op latere leeftijd lezen en schrijven en spoorde haar dochter aan om door te leren voor onderwijzeres. Zo ging Suze in 1889 naar de Rijksnormaalschool in Numansdorp, waar ze – samen met andere leerlingen uit Strijen en Strijensas – met paard en wagen naartoe werd gebracht. Zes jaar later stond zij al als volleerd leerkracht voor de klas in Strijen.

Suze maakte snel carrière  en werd achtereenvolgens onderwijzeres in Duivendijke, Krimpen aan de IJssel, Dordrecht en Montfoort. Daar gaf zij les aan het Rijksopvoedingsgesticht voor meisjes. Uit betrokkenheid bij de meisjes en onvrede met de behandeling die de meisjes hier kregen werd zij lid van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers.  Een jaar later meldde zij zich bij de SDAP en ontwikkelde zich tot een gedreven en veelgehoord spreekster. Daarbij had zij veel van haar eigen verlegenheid te overwinnen. Maar gelukkig wogen haar idealen zwaarder dan haar natuurlijke schuwheid.

In juli 1918 werd Groenenweg als eerste vrouw in de Tweede Kamer gekozen.  In de vergaderzaal kreeg zij een zitplaats pal naast partijleider Troelstra.  Zij hield zich vooral bezig met vrouwenrechten, antimilitarisme, drankbestrijding, onderwijs, ontwapening, zuigelingen- en moederschapszorg. En steeds hamerde ze op gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Tot 1937 bleef zij zitting houden in het parlement, waarna gezondheidsproblemen haar dwongen om rustiger aan te doen.

Zij verdient beslist een ereplaats in de galerij van Hoeksche Waardse helden. Want nog altijd geldt Suze Groeneweg als een baanbreekster, wier belang wij – ook nu nog - nauwelijks kunnen overschatten. Daags na haar verkiezing op 3 juli 1918 schreven de kranten het al: “Voor elke vrouw, van welke richting of politieke kleur ook, is de verkiezing van Suze Groenenweg een vreugde. Want thans is de slagboom gevallen die de vrouw scheidde van het politieke domein van de man.”  

Geertje Wiersma

woensdag 3 december 2014

erfgoeddingen


 
Op facebook is een groep actief met de naam “Hoeksche Waard in vroeger tijden”. Hoe zag de Hoeksche Waard er tussen 1900 en 1980 uit? Beelden uit vroeger tijden die laten zien hoeveel er op sommige plaatsen veranderd is, of juist hoe weinig op andere plekken.

De groep heeft 2509 leden en iedereen kan oude foto’s van de Hoeksche Waard met de groep delen. Dat levert een doorlopende stroom van historische plaatjes, illustraties en foto’s op. Sommige zijn een groot vraagteken, andere laten juist niets te raden over. En altijd komt er een stroom van commentaar, opmerkingen en suggesties over de afbeeldingen op gang.

De site is een mooi voorbeeld van succesvol gebruik van sociale media in de erfgoedsector. Niet alleen kunnen instellingen, verenigingen en organisaties hier hun collectie aan de man brengen, ook particulieren brengen hun erfgoed hier in de openbaarheid. En het betrokken publiek biedt met 2509 deelnemers een brok deskundigheid waar je u tegen zegt.

Hoe kunnen social media gebruikt worden om samen met publiek collecties op te bouwen, te presenteren en te beleven? De cursus Erfgoeddingen van Bibliotheek Hoeksche Waard is speciaal voor de erfgoedsector bedoeld en vormt een ontdekkingstocht naar mogelijkheden om meer mensen actief te betrekken bij erfgoed activiteiten, kennis te delen en verspreiden en een breder publiek bij de collectie te betrekken.

Fotografie (Flickr), video (Youtube), sociale netwerken (Facebook, Twitter), bloggen en Google Maps leveren voldoende handvatten en voorbeelden op. En natuurlijk gaan de cursisten zelf aan de slag. Het kan niet lang duren of erfgoed 3.0 laat in de Hoeksche Waard van zich horen!
Geertje Wiersma

maandag 17 november 2014

NCRV stedenspel herleeft


Wij schrijven 23 november 1979, 20.30 uur, het is stil op straat in Oud-Beijerland.
Op de televisie neemt Oud- Beijerland het in een rechtstreeks uitzending op tegen de voormalige gemeente Hefthuizen.  Vanuit het gemeentehuis van Hefthuizen  en in het toenmalige bestuurscentrum van Oud-Beijerland. Waar in elke gemeente een Raad van Advies zetelt voor het beantwoorden van de gestelde vragen. In Oud-Beijerland is dat onder leiding van Loco-burgemeester Dick Hitsert.
In de Rijnhal te Arnhem strijden de zeskampers van beide gemeenten tegen elkaar.
Namen als Barend Barendse, Dick Passchier, Tanja Koen en Judith Bosch zeggen de oudere televisiekijkers nog wel iets. Maar zij waren toen de bekende Nederlanders die het spel presenteren.
Helaas moesten we aan het eind van de avond constateren dat Hefthuizen te sterk was voor het team van de Oud-Beijerlanders.
De Historische Vereniging in het Spuidorp heeft onlangs de uitzending kunnen verwerven. Dus een goede reden om precies 35 jaar na dato de uitzending te laten zien.
De aanleiding was dat wij in het archief Het Kompas van 28 november 1979 hebben. Beeld en geluid in Hilversum en ook de NCRV waren  niet in het bezit van de uitzendband, uiteindelijk bleek er een band  te zijn opgenomen door iemand en deze hebben we op DVD kunnen laten zetten. We zien veel bekende gezichten in de uitzending langs komen, zij het 35 jaar jonger.
Het is voor de vele (deelnemende) oud- Beijerlanders een mooie herinnering om nog eens terug te zien.
De Historische Vereniging Oud-Beijerland laat deze uitzending zien op donderdag 27 november in de bibliotheek van Oud-Beijerland, Steenenstraat 24. De uitzending  begint om 14.15 uur.

Pieter Jan in `t Veld

dinsdag 12 augustus 2014

’s-Gravendeel in de eerste Wereldoorlog 1914 - 1918


Nederland was neutraal, maar de wereld stond in brand. Vier jaar lang oorlog, miljoenen doden, onvermogen en ontzetting. De eerste wereldoorlog heeft in heel Europa wonden geslagen. In ’s-Gravendeel  kwam de gewone bevolking ten gevolge van de oorlog in aanraking met vluchtelingen, mobilisatie en schaarste.
De Nederlandse strijdkrachten waren in de hoogste staat van paraatheid en de grenzen werden door de troepen scherp bewaakt. Onder de soldaten uit die jaren waren ook inwoners uit 's-Gravendeel en de aangrenzende buurtschappen; Schenkeldijk, Mookhoek en De Wacht.
Toch ging het dagelijks leven in 's-Gravendeel gewoon door. In deze periode werden in het dorp de eerste waterleidingen aangelegd. De woningcorporatie kwam van de grond en de gasfabriek werd opgericht. De vluchtelingen uit België vonden werk in de vlasindustrie.
Will van Velsen (erelid van de Historische Vereniging ’s-Gravendeel) doorzocht meters archiefmateriaal en vond een grote hoeveelheid krantenberichten en oude foto’s. Genoeg om te laten zien wat de gevolgen waren voor de Seuters in de Hoeksche Waard. Op 25 september vertelt zij hierover in de bibliotheek een boeiend verhaal.
Het is nu honderd jaar geleden en om deze ingrijpende periode en de lokale impact te herdenken heeft de Bibliotheek Hoeksche Waard de eerste wereldoorlog via historische beelden op de multitouch tafel in de bibliotheek in ’s-Gravendeel inzichtelijk gemaakt. Voor iedereen te zien vanaf 1 oktober.

Geertje Wiersma

donderdag 17 april 2014

Op de fiets naar de oudheid


Tal van eeuwenoude bodemschatten zijn in de Hoeksche Waard opgegraven. Stille getuigen van een verrassend rijk verleden. In samenwerking met de Stichting Archeologie Hoeksche Waard zet de Bibliotheek Hoeksche Waard een fietstocht (20 km) uit langs belangrijke historische highlights in het achterland van Strijen. 

Startpunt is de Bibliotheek in Strijen. Dan voert de fietstocht naar een terpdorp in de eeuwenoude polder Bonaventura. Vervolgens gaat het verder naar de Middelvliet in Maasdam. Op deze locatie is een Romeins grafveld gevonden. Hier is ook de vindplaats van een unieke Romeinse artsendoos. Dan leidt de route langs het Middeleeuwse Kasteel van Weede, dat gebouwd is in de dertiende eeuw en bij de Sint Elisabethsvloed in 1421 in de golven verdween.

Het gaat verder op de fiets naar de dam in de Maas, die in 1280 werd afgedamd. Tenslotte voert de tocht over de Keizersdijk (circa 1270) naar Cillaarshoek, een oeroud terpdorp. Water was hier de grootste vijand. Vanaf de fiets is bij Strijen nog een overstromingsgat uit de 16 eeuw te zien, een kolkgat. Het eindpunt is bij het museum Land van Strijen, waar tal van archeologische schatten worden bewaard (http://www.hetlandvanstrijen.com).
De fietstocht zal gereden worden op zaterdag 17 mei. Vanaf half mei is een routebeschrijving met extra informatie over de archeologische highlights verkrijgbaar in de bibliotheek. Meer informatie daarover is te vinden op de site van de Bibliotheek Hoeksche Waard (www.debhw.nl).

Geertje Wiersma

donderdag 27 februari 2014

De Hoeksche Waard in verzet tegen Napoleon

 Februari 1813. Net als elders in Nederland worden in de Hoeksche Waard jonge mannen via loting verplicht toegevoegd aan het leger van Napoleon. Deze ‘conscriptie’ is natuurlijk absoluut niet naar de zin van de bevolking en na een oproep om te verschijnen voor een loting breekt een oproer uit. Vanuit de hele Hoeksche Waard komen mensen, gewapend met stokken en hooivorken, naar het centrum van Oud- Beijerland om de loting te verhinderen. Het Franse gezag slaat het oproer met harde hand neer en er vallen vijf doden. Deze dramatische dag gaat de geschiedenis in als ‘stokjesdag’.

Onlangs kwam een lijvig boek uit over dit oproer in februari 1813 in Oud-Beijerland. De Franse tijd in de Hoeksche Waardkomt steeds meer in de belangstelling. Het oproer in Oud-Beijerland past in een kantelend beeld. Onder historici is de opvatting gangbaar dat Nederland het Franse gezag gewillig over zich liet heenkomen. Van echt georganiseerd verzet van enige omvang was in die jaren in Nederland namelijk geen sprake.

Toch was er wel een enkeling die zich verzette tegen de Fransen. Zoals Maria Aletta Hulshoff, bijgenaamd Mietje (1781 - 1846). Zij was een Nederlandse patriotte, feministe en pamflettiste. Hulshoff keerde zich in pamfletten tegen Napoleon Bonaparte en Lodewijk Napoleon en werd daarvoor gevangengezet als politiek gevangene. Tijdgenoten noemden haar "geëxalteerd", "dweepzuchtig" of "hysterisch", maar daarbij moet je in beschouwing nemen dat een vrouw geacht werd altijd haar mond te houden over politiek.

Volgens het gangbare geschiedbeeld zou de bevolking zich gelaten bij de Napoleontische overheersing hebben neergelegd en kwam men pas eind november 1813 in opstand, zoals bijvoorbeeld in Zaandam, waar zes burgers omkwamen in het verzet tegen de Fransen. Het oproer in Oud-Beijerland was echter al in februari dat jaar. Ruim een half jaar eerder dus, dan in de rest van Nederland.

Waarom kwamen de Oud-Beijerlanders in 1813 als eerste in gewelddadig verzet? Een verklaring hiervoor kan de grote
Oranjegezindheid en de daaruit voortvloeiende sterk anti-Franse gevoelens van het “gewone volk” zijn. De Fransen zelf hadden echter een andere verklaring. Volgens de Franse generaal Molitor waren de boeren van het kanton Oud-Beijerland nu eenmaal enorm koppig.

Het is allemaal na te lezen in het boek van Dick Snijders en Loek Dekker. Tleen in de Bibliotheek Hoeksche Waard – in de Hoeksche Boekenhoek en te koop in de betere boekhandel en in het streekmuseum Hoeksche Waard.

Geertje Wiersma